Begrippenlijst
Begrippen over IT bij vastgoed, afbouw en inrichting
Wat is een IT-Demarcatielijst, wat betekent casco en waarom wil je PoE? 41 begrippen, helder uitgelegd voor huurders, eigenaren en design & build.
A
- Access point #
- Een apparaat dat draadloos internet (wifi) uitzendt. In een kantoor hangen meestal meerdere access points, verspreid over de verdieping. Het aantal en de plek bepalen hoe goed de wifi werkt.
B
- Back-upverbinding #
- Een tweede internetverbinding die het overneemt als de hoofdverbinding uitvalt. Bijvoorbeeld via een andere glasvezelroute of via 4G of 5G.
- Bekabeling (gestructureerd) #
- Het vaste netwerk van kabels in een gebouw, van de technische ruimte naar de werkplekken, access points en andere apparaten. "Gestructureerd" betekent volgens een vast plan, met documentatie en meetrapporten.
- Bestek #
- Een document dat precies beschrijft wat er gebouwd of geïnstalleerd moet worden, en aan welke eisen het moet voldoen. Aannemers baseren hun prijs erop. Wat niet in het bestek staat, wordt vaak meerwerk.
C
- Casco #
- Een pand dat wordt opgeleverd zonder of met heel weinig afwerking en installaties. De huurder richt het zelf in. Bij het IT-Label hoort dit vaak bij niveau IT5 Shell.
- CAT6 en CAT6A #
- Categorieën netwerkkabel. CAT6A is geschikt voor hogere snelheden (tot 10 Gbit/s) over de volle lengte van ongeveer 100 meter en is in nieuwe kantoren gebruikelijk.
D
- Datapunt #
- Een aansluitpunt voor een netwerkkabel in de wand, vloer of het plafond. Ook wel wandcontactdoos of aansluitpunt genoemd. Het aantal datapunten bepaal je in het ontwerp.
- Design & build #
- Een werkwijze waarbij één partij zowel het ontwerp als de realisatie van een werkomgeving verzorgt. Voor de opdrachtgever is er dan één aanspreekpunt.
E
- Energielabel C #
- Kantoorgebouwen in Nederland moeten sinds 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben, met enkele uitzonderingen. Slimme regeling van klimaat en licht kan helpen dit te halen of te houden.
F
- Firewall #
- Een apparaat of programma dat het netwerkverkeer controleert en ongewenst verkeer tegenhoudt. Het scheidt het interne netwerk van internet.
G
- Gebouwbeheersysteem (GBS) #
- Een systeem dat installaties in een gebouw aanstuurt en bewaakt, zoals verwarming, koeling, ventilatie en verlichting. Het heeft een stabiele, veilige netwerkverbinding nodig.
- Glasvezel #
- Een kabel die data als licht verstuurt. Snel, stabiel en geschikt voor grote afstanden. Let op het verschil tussen glasvezel "in de straat" en glasvezel tot in het pand.
H
- Huurdersafbouw #
- De afbouw en inrichting die een huurder (laat) uitvoeren om een gehuurd pand geschikt te maken. Vaak in overleg met de verhuurder, die soms een bijdrage geeft. Lees meer
- Huurdersbijdrage #
- Een bedrag of een voorziening die de verhuurder bijdraagt aan de afbouw van de huurder. Ontbrekende IT kun je hierin meenemen.
I
- IoT (Internet of Things) #
- Apparaten die met internet of het netwerk verbonden zijn, zoals sensoren, slimme meters, camera's en laadpalen.
- IT-Demarcatielijst #
- Een lijst waarin staat wie welke IT-voorziening levert, beheert en betaalt: de eigenaar of de huurder. Zo is vooraf duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
- IT-Label #
- Een label voor de digitale infrastructuur van commercieel vastgoed, vergelijkbaar met het energielabel. Het loopt van IT1+ (Premium) tot IT5 (Shell). Lees meer
K
- Kabelgoot #
- Een goot of baan waarin kabels netjes en bereikbaar worden gelegd, vaak boven het plafond. Met ruimte erin kun je later makkelijk uitbreiden.
L
- Latency (vertraging) #
- De tijd die data nodig heeft om heen en terug te gaan. Een lage latency is belangrijk voor videobellen en cloudtoepassingen.
M
- Meerwerk #
- Werk dat niet in de oorspronkelijke opdracht of het bestek stond en dus extra kost. Vaak het gevolg van wensen die pas laat bekend worden.
N
- Netwerksegmentatie #
- Het opdelen van een netwerk in gescheiden delen, bijvoorbeeld voor huurders, gasten en gebouwsystemen. Een probleem in het ene deel raakt dan de andere niet.
O
- Open-breekwerk #
- Werk waarbij afgewerkte wanden, plafonds of vloeren weer open moeten om iets aan te leggen of te herstellen. Duur, tijdrovend en lastig in een pand dat al in gebruik is.
- Oplevering en opleverniveau #
- Het moment waarop een pand of afbouw wordt overgedragen. Het opleverniveau beschrijft wat er op dat moment aanwezig is. Het IT-Label maakt het digitale opleverniveau zichtbaar.
P
- Patchkast #
- Een kast in de technische ruimte waar alle netwerkkabels samenkomen en op de netwerkapparatuur worden aangesloten.
- PoE (Power over Ethernet) #
- Stroom via de netwerkkabel. Zo hebben access points, camera's en sensoren geen apart stopcontact nodig.
- Programma van eisen (PvE) #
- Een document waarin de opdrachtgever vastlegt wat een gebouw of afbouw moet kunnen. IT hoort hier vanaf het begin in te staan: werkplekken, datapunten, wifi en de technische ruimte.
R
S
- SLA (Service Level Agreement) #
- Afspraken met een leverancier over de kwaliteit van een dienst, zoals de beschikbaarheid en hoe snel een storing wordt opgelost.
- Smart Building #
- Een gebouw waarin systemen als klimaat, licht, toegang en sensoren met elkaar en met het netwerk samenwerken. Dat geeft comfort en bespaart energie. Lees meer
- Smart Readiness Indicator (SRI) #
- Een Europese methode om te beoordelen hoe "slim" een gebouw is: hoe goed het kan reageren op de gebruikers en het energienet.
- Switch #
- Een netwerkapparaat dat de kabels van werkplekken, access points en andere apparaten met elkaar verbindt. Staat meestal in de patchkast.
T
- Technische ruimte #
- De ruimte waar de netwerkapparatuur, de invoer van de verbindingen en de patchkasten staan. Heeft koeling, een eigen stroomgroep en beveiliging nodig.
V
W
- Wifi: dekking en capaciteit #
- Dekking zegt waar je wifi hebt. Capaciteit zegt hoeveel mensen tegelijk goed kunnen werken. In een vol kantoor is capaciteit vaak het probleem.
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord, of stel je vraag.
Kennisbank